Address

Vorsel 23
Kasterlee, 2460
België

Contact

Follow

+32496161471

Regels clubkampioenschap en huishoudelijk reglement

Reglement Clubkampioenschap

1. Algemeen

Er zijn 8 proeven (3 dressuurproeven, 3 jumpings en 2 gymkana’s) tellende voor het clubkampioenschap. Iedere ruiter kan dus 8 keer een score behalen. Voor de berekening van het clubkampioenschap worden slechts 7 proeven in rekening gebracht. Indien een ruiter aan alle 8 proeven heeft deelgenomen moet men één proef laten wegvallen. (Waarschijnlijk de proef met de minste punten)

Een ruiter moet aan minimum 4 proeven deelnemen om opgenomen te worden in het jaarklassement.

Er zijn 2 categorieën:

  • Cat. 1: t/m 14 jaar

  • Cat. 2: 15 jaar en ouder

Het jaar van geboorte is bepalend voor de categorie.

De ruiter met het hoogste aantal punten in een categorie is Clubkampioen van die categorie.

De Algemene Clubkampioen heeft het hoogst aantal punten behaald van beide categorieën.

 

2. Dressuur

Beginnende ruiters die willen deelnemen aan een dressuurwedstrijd starten met de trainings- of vereenvoudigde proef.

Indien een ervaren ruiter een onervaren paard wenst in te zetten tijdens de wedstrijd bepaald de manegehouder voor de wedstrijd welke proef dient te worden gereden.

Als een ruiter 3 x 65% heeft behaald in een bepaalde proef is hij verplicht over te stappen naar de eerst hogere dressuurproef. (bv. Een ruiter heeft 3x 65% of meer behaald in de Initiatieproef, dan is men verplicht over te stappen naar Niveau 1.

Indien men in een categorie is gestart mag men niet lager meer starten, tenzij met een nieuw paard. De manegepaarden worden verondersteld van hetzelfde niveau te zijn.

Indien een ruiter aan meerdere dressuurproeven deelneemt op de wedstrijddag wordt op voorhand vastgelegd welke proef opgenomen wordt voor de uitslag. Indien dit niet opgegevend wordt telt het laagste resultaat.

Score: Wedstrijdresultaat wordt afgerond naar het dichts bijgelegen geheel getal ( 56.49% = 56)

Indien een ruiter wordt uitgesloten krijgt hij enkel de deelname- en de basispunten.

Puntenverdeling:

Vereenvoudigde proef zonder galop: 10 deelnamepunten + wedstrijdresultaat

Vereenvoudigde proef met galop: 10 deelnamepunten + 5 basispunten + wedstrijdresultaat

Initiatieproef: 10 deelnamepunten + 10 basispunten + wedstrijdresultaat

Niveau 1: 10 deelnamepunten + 15 basispunten + wedstrijdresultaat

Niveau 2: 10 deelnamepunten + 20 basispunten + wedstrijdresultaat

3. Jumping

Puntentelling:

Parcours enkel balkjes: 10 deelnamepunten + 5 basispunten + 70 - (rangschikking x 1)

Parcours 30 cm: 10 deelnamepunten + 10 basispunten + 70 - (rangschikking x 1)

Parcours 60 cm: 10 deelnamepunten + 20 basispunten + 70 - (rangschikking x 2)

Parcours 80 cm: 10 deelnamepunten + 30 basispunten + 70 - (rangschikking x 3)

Voorbeeld: een ruiter die 3e is bij een parcours 60 cm krijgt 10 + 20 + 64 punten.

Het minimum of iemand die uitgesloten is krijgt de deelname- en basispunten.

Indien een combinatie meerdere omlopen rijdt op de wedstrijddag wordt op voorhand vastgelegd welke omloop opgenomen wordt voor de uitslag. Indien dit niet opgegeven wordt telt het laagste resultaat.

Een combinatie die binnen wedstrijd start op een bepaalde hoogte moet de volgende wedstrijden (binnen wedstrijd) op dezelfde hoogte, of hoger starten.​

4. Gymkana

Puntentelling:

Beginnelingen: 10 deelnamepunten + 5 basispunten + 66 - rangschikking

Gevorderden: 10 deelnamepunten + 10 basispunten + 66 - rangschikking

Indien een ruiter wenst deel te nemen aan meerdere proeven op de wedstrijddag telt enkel de eerste proef voor het clubkampioenschap.

5. Deelnames

Iedere deelnemer moet ten laatste inschrijven de dag voor de wedstrijd.

Iedereen mag deelnemen, iedereen komt in aanmerking voor het winnen van de dagproef. Alleen leden komen in aanmerking voor het clubkampioenschap.

Voor de leden zijn alle wedstrijden gratis voor één proef. Voor een tweede proef tijdens een wedstrijddag (altijd B.W.) betaalt men € 8. Voor niet leden is elke proef die men rijdt € 8. Te betalen bij inschrijving. De startvolgorde wordt op meerdere plaatsen in de manege opgehangen.

6. Prijzen individuele wedstrijden

Er wordt voor elke proef tijdens een wedstrijd een uitslag opgemaakt.

De winnaar van een proef ontvangt een beker (of een andere prijs) en een gouden erelint.

Indien er 2 winnaars zijn krijgen beiden bovenstaande. De derde ontvangt een zilveren erelint.

Aan alle volgende deelnemers wordt een erelint uitgereikt.

Dit geld voor elk van de 8 wedstrijden.

7. Prijzen clubkampioenschap

 

Eerste plaats: gouden medaille en € 150,-

Tweede plaats: zilveren medaille en € 100,-

Derde plaats: bronzen medaille en € 75,-

De algemene Clubkampioen krijgt een naamplaatje op het bronzen paard aanwezig in de bar.

Op het naamplaatje staat de naam daaronder Algemene Clubkampioen en het jaartal.

Deze ruiter krijgt ook een speciale beker met naam en jaartal op vermeld.

De vorige Algemene Clubkampioenen staan onder elkaar vermeld op het bord in de bar.

Het Bestuur van de ruiterclub is gemachtigd om dit reglement na elk jaar eventueel aan te passen indien zij dit nodig acht.

Huishoudelijk reglement

Leden

Elk lid van Koninklijke Ruiterclub De Dreven verklaart zich stilzwijgend akkoord met het huishoudelijk reglement dat zowel voor Manege De Dreven als voor de ruiterclub geldt. Wanneer een lid wenst gebruik te maken van de accommodaties van de manege of ruiterclub dan dient hij zich te houden en/of te onderwerpen aan de punten opgenomen in dit huishoudelijk reglement. De organisatie beschermt al haar leden en vrijwilligers maximaal door het afsluiten van de nodige verzekeringen, rijdende leden zijn verplicht zich te verzekeren voor persoonlijke ongevallen. Vermits de club is aangesloten bij de VLP (Vlaamse Liga Paardensport), kan dit ook via de club/VLP, meer info bij de manegehouder en op onderstaande link: http://www.vlp.be/Verzekeringen/


 

1. Gebruik accommodatie

  • Alle accommodatie is uitsluitend te gebruiken door leden.

  • Eenmalig gebruik maken van eender welke accommodatie tegen betaling is mogelijk, informeer hiervoor bij de manegehouder.

  • Er dient correct en plichtsbewust omgesprongen te worden met verbruik van water en elektriciteit.

 

2. Netheid in en om de stalgebouwen

  • De stalgangen, wasplaats en zadelkamer dienen ten allen tijde proper en net achtergelaten te worden. Mest en vuil van het poetsen dient voor het rijden te worden opgeruimd in de daartoe voorziene plaats.

  • Ook afval van hoefsmid dient op dezelfde manier te worden opgeruimd.

  • Voor de parking gelden dezelfde regels. Wanneer uit een vrachtwagen of trailer mest wordt verwijderd dan wordt die ook naar de mesthoop gebracht. Papiertjes en verpakkingsmateriaal, blikjes e.d. worden in de vuilnisbakken gedeponeerd. Flesjes of glazen uit de cafetaria worden nooit achtergelaten in het stalgebouw, breng ze steeds terug naar de bar.

  • Netheid is op de hele manege van toepassing, ook wanneer u vuil ziet liggen, denk niet ‘het is niet van mij’ ooit vergeet je zelf ook iets op te ruimen...

 

3. Discipline en veiligheid in de stalgebouwen

  • Roken is niet alleen extreem gevaarlijk vanwege het brandgevaar in de stalgebouwen maar ook bij wet verboden in de gebouwen van een sportclub.

  • Niet lopen, spelen en roepen in en om de stallen of pistes. Elke handeling in of dicht bij de pistes, die als storend ervaren wordt door de ruiter(s) aan het werk, dient vermeden te worden.

 

4. Netheid, discipline en veiligheid in de piste

  • Bij het rijden dienen alle ruiters een goed passende veiligheidshelm met gesloten kinband te dragen. Een veiligheidsharnas is aangeraden bij het springen, verplicht voor de ruiters/amazones tot en met 12 jaar.

  • Bij het rijden dienen alle ruiters rijlaarzen te dragen óf stevige schoenen met een gladde doorlopende zool en een hak, gecombineerd met chaps.

  • Bij het rijden zijn grote, uitstekende sieraden en losse kleding verboden, lange haren worden best samengebonden.

  • Mest dient steeds te worden verwijderd uit de binnen- en buitenpiste.

  • Het hindernismateriaal e.a. na gebruik altijd netjes opbergen.

  • Longeren in de pistes is enkel toegestaan in het midden van de rijbak, (bij A & C wordt de hoefslag al zwaar belast) en enkel met toestemming van mogelijke andere ruiters in de piste.

  • Gelieve steeds de hoeven uit te krabben alvorens de pistes te betreden.

  • De buitenpiste is enkel bereikbaar via het daarvoor aangelegde zandpad, het gras rondom de piste is niet toegankelijk voor paarden.


 

4.1 Bakregels of voorrangsregels in de piste

  • Vraag bij binnenkomen altijd of je binnen kan komen en wacht op antwoord of kijk goed of er niemand aankomt.

  • Stilstaan enkel op de middenlijn. Als je stil moet staan, doe dit dan altijd op de middenlijn. Op- en afstijgen, je trui uitdoen en je deken goed leggen vallen hier ook onder. Als er een andere ruiter bezig is met oefeningen op de middenlijn kan je er iets naast gaan staan. Ga nooit onnodig lang op de hoefslag stilstaan.

  • Moet je stilstaan op de hoefslag: vraag dan "hoefslag vrij" Als je stil moet staan op de hoefslag, bijvoorbeeld om je deken weg te leggen, vraag dan eerst ‘hoefslag vrij’. Als je ziet dat je geen andere ruiter lastig kan vallen met het stilstaan kan je dat doen. Probeer echter wel om zo snel mogelijk weer door te rijden.

  • In- en uitstappen doe je altijd op de binnenhoefslag. Dit omdat de andere ruiters dan gewoon hun oefeningen uit kunnen voeren. Mocht het zo zijn dat er een ruiter aankomt die bijvoorbeeld schouderbinnenwaarts aan het oefenen is, ga dan nog een stukje aan de kant. Als je in- en uitstapt heb je nooit voorrang.

  • Linkerhand heeft voorrang op rechterhand. Ruiters in draf of galop op de linkerhand hebben voorrang op ruiters in draf of galop op de rechterhand. Het is echter niet de bedoeling om deze voorrang af te dwingen.

  • Snellere gang heeft voorrang op langzamere gang. Als men op dezelfde hand rijdt, geldt altijd dat de snellere gang voorrang heeft. Dus galop heeft voorrang op draf.

  • Zijgangen hebben voorrang. Dit geldt voor alle zijgangen, zoals wijken & appuyeren. Dit betekent dat een zijgang op de hoefslag ook voorrang heeft.

  • Figuren hebben voorrang. Als iemand een figuur aan het rijden is heeft deze persoon ook voorrang. Het is lastig om bijvoorbeeld een volte ineens te onderbreken.

  • Springen tijdens vrije momenten is steeds in overleg met de andere ruiters/amazones in de piste.

  • Het springen over een hindernis moet worden aangekondigd als er ook andere ruiters in de rijbaan rijden door duidelijk de te nemen hindernis te roepen “kruisje” “rechte” “oxer”...

 

4.2 Fatsoenregels

  • Stoor andere ruiters niet. Ga niet schelden op je paard of luidruchtig zitten bellen/kletsen. Iedereen komt daar voor zijn plezier en de training van zijn paard.

  • Neem geen voorrang. Wees soepel in het voorrang geven en nemen. Dat jij linksom in galop rijd wil niet betekenen dat je gelijk door iedereen heen moet denderen, want ‘jij hebt tenslotte voorrang’. Probeer een beetje inzicht in de situatie te hebben en te kijken of het niet misschien handiger is om even een volte te draaien, zodat je niemand in de weg zit.

  • Overleg met de anderen in de bak. Als je een oefening gaat doen waarbij je andere ruiters zou kunnen hinderen, zoals een paar keer achter elkaar van hand veranderen, meld dit dan even. Het is een kleine moeite en iedereen weet gelijk waar ze aan toe zijn. Bij sommige verenigingen is het zelfs gewoon om te vragen ‘zullen we van hand veranderen?’, op deze manier blijft iedereen dezelfde kant oprijden. Als het druk is in de bak kan dit de boel versoepelen.

  • Meld het als je paard kan slaan. Zorg dat de andere ruiters in de bak ervan op de hoogte zijn als je paard zou kunnen uithalen naar andere paarden, zodat zij er rekening mee kunnen houden en niet te dicht achter je rijden. Je kunt op wedstrijd een rood lint in de staart vlechten ter waarschuwing.

 

5. Lessen

  • Annuleren van lessen ten laatste 24h op voorhand, bij afwezigheid zonder te verwittigen blijven de kosten tegoed.

  • U dient minstens 30 minuten voor de aanvang van uw les aanwezig te zijn, om indien nodig uw paard te poetsen en te zadelen. Na de les, indien het door u bereden paard op stal gaat, dient u het paard af te zadelen, het tuig en zadel op de juiste plaats opbergen en de hoeven uitkrabben.

  • Groepslessen en/of privélessen worden enkel gegeven door de lesgevers van Manege De Dreven.

  • Tijdens groepslessen kan met niet vrij rijden in dezelfde piste, tijdens privélessen hebben de leerlingen steeds voorrang op ruiters die vrij rijden en mag er niet gesprongen worden.

 

6. Pensionstallen

  • Stalgeld wordt voor de 5de van elke maand betaald.

  • De stallen worden dagelijks uitgemest (enkel door manegeverantwoordelijken), behalve op zon- en feestdagen, dan wordt er opgestrooid.

  • Tijdens de zomerperiode is weidegang voorzien, tijdens de wintermaanden paddock of weidegang enkel in samenspraak met de manegehouder.

  • Op zon-en feestdagen is er geen weidegang of trainingsmolen voorzien, de paarden kunnen op de wei gezet worden mits toestemming van de manegehouder. Wanneer u uw paard van de weide haalt, steeds de draden en/of poort(en) goed sluiten.

  • De trainingsmolen mag enkel gebruikt worden in samenspraak met de manegehouder.

  • Bij tijdelijke afwezigheid van het pensionpaard, bvb vakantie met paard, loopt de stalhuur door.

  • Huurperiode loopt steeds per volle maand, ook bij een vroegtijdig vertrek, tenzij anders bepaald door de manegehouder.

  • Schade die berokkend wordt door paard of eigenaar dient gemeld en vergoed te worden.

  • Het voeren van hooi of krachtvoer gebeurd enkel door de manegeverantwoordelijken, extra voordroog kan enkel mits overleg.

  • Elk pensionpaard dient steeds tijdig ontwormd te worden en ingeënt te zijn voor griep, tetanus en rhinopneumonie. Meer info hieromtrent bij de manegehouder.

  • De keuze van hoefsmid en/of veearts is vrij.

  • Wanneer een pensionklant weet heeft dat zijn paard een besmettelijke aandoening heeft, dient men onmiddellijk de manegehouder in te lichten. Dit teneinde gepaste maatregelen te kunnen toepassen.

  • De manegeverantwoordelijken hebben steeds het recht een veearts te roepen indien hij/zij oordeelt dat een interventie noodzakelijk is. De eventuele kosten zijn steeds voor de eigenaar van het betrokken paard.

  • Het bewaren van uw goederen op de manege is volledig op eigen risico. Wij zijn niet aansprakelijk voor schade of diefstal. De kast waar u uw materiaal in opbergt, dient bij het verlaten van de manege netjes achtergelaten te worden.

  • Laat geen zaken rondslingeren in de stalgebouwen, wil je zaken aan je staldeur hangen, overleg eerst met de manegehouder.

  • Het is niet de bedoeling dat trailers of vrachtwagens op de manege achterblijven, informeer hiervoor bij de manegehouder.

 

7. Verantwoordelijkheden en sancties

  • Voor alle verantwoordelijkheden welke niet bepaald werden is bovenstaand reglement van toepassing.

  • Doping en verdoving is nooit toegelaten en is wettelijk vastgelegd. Een lid dat betrapt wordt op doping of verdoving van een paard/ruiter kan uitgesloten worden.

  • Wreedheden en mishandelingen tegenover de paarden, baldadigheden, dronkenschap en alle andere handelingen welke de goede faam, naam en reputatie van de manege of ruitervereniging zou kunnen schaden kunnen eveneens uitsluiting tot gevolg hebben.

  • De manegehouder en het bestuur van de ruitervereniging heeft het recht om elke overtreder van bovenstaand reglement de toegang tot het domein te ontzeggen.

  • Bij alle tochten, manifestaties en of activiteiten zijn de Belgische wetgeving en decreten van toepassing. En iedereen wordt geacht deze te kennen, te respecteren en toe te passen.
    Bij overtreding rijdt elke ruiter voor eigen rekening.

Voor verdere informatie of vragen staan manegehouder en bestuur van de ruiterclub steeds ter beschikking.